Herdenking 2023

Sinds 2013 is op de avond van de 4e mei een herdenking van de tijdens de WOII vermoorde Joodse bewoners van de Nieuwe Keizersgracht.

Muziek

Dit jaar is de muziek-omlijsting door Job Chajes, saxofonist,van de Amsterdam Klezmer Band. Sacha van Ravenswade (zanger en chazzan) sluit af met het Jiddische lied ‘Mayn Shtetele Belz’.

Ernest Gompers

Ernest Gompers

De tekst van Ernest Gompers staat hieronder. Hij sprak over het leven van zijn grootouders, die woonden op de Nieuwe Keizersgracht. Daarna herdenken we in stilte.

Leggen van rozen

Daarna neemt ieder een roos uit het hek van de Hermitage en legt die neer bij een van de 200 naamborden. Als afsluiting is er ook dit jaar gelegenheid om in de Hoftuin/Dignita na te praten.
Deze herdenking is georganiseerd door bewoners van de Nieuwe Keizersgracht.

Tekst Ernest Gompers

Hier op de Schaduwkade op de bordjes tegenover nummer 56 staan de namen te lezen van mijn grootouders en die van de broer van mijn oma. Mijn grootvader Eliazer Gompers is in 1871 geboren en hij trouwde op 35 jarige leeftijd in 1906 met de toen 29 jarige Rebecca Zwaab. Op die dag van hun burgerlijk huwelijk kregen zij ook hun choppe.

Ik ben van januari ’41; heb hen door toedoen van de oorlog niet gekend.

Mijn grootouders kregen twee kinderen: de oudste, mijn vader Philip, geboren in 1907 en de jongste Anna, geboren in Januari 1909. Het hele gezin verhuisde in mei 1909 van de Plantage Badlaan naar de Nieuwe Keizersgracht 56 twee hoog.

Beide grootouders waren diamantbewerkers – zij werkten als briljantslijpers. Mijn grootvader handelde daarnaast in diamanten en was lid van de ANDB, de Algemene Nederlandse Diamantbewerkersbond; een lidmaatschap dat hij in 1942 moest opzeggen, omdat Joodse werknemers geen lid mochten zijn van niet-Joodse organisaties. Hij moest verplicht lid worden van de Vereniging van Israëlitische Diamantbewerkers “Betsalel”,  gevestigd op de Nieuwe Keizersgracht 61.  

De broer van mijn oma, Joseph Zwaab die ook diamantslijper was, kwam in 1928 bij mijn grootouders wonen. Hij sliep op een kamertje dat op zolder was getimmerd. Anna en Flip sliepen in de kleine voorkamertjes en opa en oma in de alkoof.

Op een foto uit 1921 staat mijn opa in een prachtig tijdsbeeld, als een welgedane man van 50 jaar, zittend op een bankje in een park, strohoed op zijn hoofd en gekleed in een 3-delig pak met vest, hoge veterschoenen aan en genietend trekkend aan een sigaar.

Mijn neef Ido, geboren in 1929, zoon van mijn tante Anna, ging hier op de Nieuwe Keizersgracht 54 naar het bewaarschooltje van de Herman Elteschool. Tussen de middag ging hij wel eens naar Opa en Oma op nr 56. Wat hij zich nog van hen wist te herinneren was, dat het lieve grootouders waren, met op de schoorsteenmantel altijd een porseleinen koekdoos …. met boterkoek.

Naast het huis waar mijn grootouders woonden staat het monumentale pand nr. 58 waar tijdens de oorlog het hoofdkantoor van de Joodse Raad was gevestigd. Na de verplichte registratie van alle Joden, liepen velen daar te hoop voor een baantje én uitstel van deportatie, een Sperre. Dat gaf chaotische tafrelen en lange rijen op de gracht.

Een fotograaf maakte toen foto’s van de chaos voor de deuren van de Joodse Raad,  waarschijnlijk vanaf deze kant van de gracht en nam daarbij ook het pand 56 mee. Bij het bestuderen van die foto uit het Stadsarchief van Amsterdam bleek ook mijn grootvader op die foto te staan; hij stond voor het raam en keek naar buiten om te zien wat er allemaal gaande was.

In de oorlog waren mijn grootouders al zestigers, net als de broer van mijn oma. Zij wilden of konden niet onderduiken.

Maar mijn grootvader wilde kennelijk wel iets tastbaars achterlaten in zijn huis, voor het geval hij zou worden gedeporteerd. Met een diamant heeft hij zijn handtekening in het raam van de achterkamer gekrast: E. Gompers. Ook in de voorramen van de woning zijn met een diamant in grote letters de namen van de kinderen gekrast: Philip en Anna. De ramen met de daar in gekraste namen hebben de tand des tijds wel overleefd; zijn in tact gebleven.
Mijn grootouders waren niet religieus maar meer traditioneel en hoopten natuurlijk ooit Joods begraven te worden. Die gedachte werd ruw verstoord toen mijn grootouders in Maart 1943 uit hun huis op de Nieuwe Keizersgracht gehaald werden en in de nacht van 24 op 25 Maart vanuit de Hollandsche Schouwburg werden afgevoerd naar Westerbork.
Na registratie daar, troffen de LIRO ambtenaren bij mijn opa nog een bedrag van 7 gulden 80 aan, dat onmiddellijk in beslag genomen werd.
Overigens …., de broer van mijn oma, Joseph Zwaab, was al op 21 September 1942 naar Auschwitz gedeporteerd waar hij na aankomst op 24 September 1942 direct werd vergast.
Mijn grootouders werden op 30 Maart vanuit Westerbork naar Sobibor gedeporteerd; hun lot was dat zij na aankomst op 2 April 1943 direct in de gaskamers werden vermoord.
Mijn opa was 71 en mijn oma 66 jaar.
Eliazer en Rebecca …………
Opa Eli en Oma Becca ………
Reschaffen mensen ………. Ik had ze graag gekend.

4 Mei 2023 door Ernest Gompers, kleinzoon van Eliazer en Rebecca Gompers, zoon van Philip en Jeanne Gompers.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven